ECLI:NL:GHSGR:2004:AS7349
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- In ’t Velt-Meijer
- De Wild
- Van Coeverden
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt kennelijk onredelijk ontslag en matigt schadevergoeding werknemer bij Keniaanse ambassade
De werknemer, sinds 1988 in dienst van de Keniaanse ambassade in Nederland, werd op staande voet ontslagen wegens vermeend indisciplinair gedrag en weigering schoonmaakwerkzaamheden te verrichten. De ambassade beriep zich op immuniteit van rechtsmacht en Keniaans recht, maar het hof verwierp deze beroepen.
Het hof oordeelde dat de werknemer duurzaam in Nederland verbleef en dat Nederlands recht van toepassing is. De ambassade kon niet aantonen dat het indisciplinaire gedrag concreet was vastgesteld, waardoor het ontslag zonder geldige reden werd gegeven en als kennelijk onredelijk moest worden aangemerkt.
Verder stelde het hof vast dat de werknemer gezien zijn leeftijd en arbeidsverleden weinig kans had op ander werk, en matigde de schadevergoeding van €68.055 naar €45.000. De ambassade werd veroordeeld tot betaling van deze vergoeding met wettelijke rente en de kosten van het hoger beroep.
Het incidenteel hoger beroep van de werknemer werd ingetrokken, waarbij hij in de kosten werd veroordeeld. Het arrest werd uitgesproken op 10 december 2004 door het Gerechtshof 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt het kennelijk onredelijk ontslag en stelt de schadevergoeding vast op €45.000.