ECLI:NL:GHSGR:2005:AS2249
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Dusamos
- Gerretsen-Visser
- Scheij
- Rechtspraak.nl
Verdeling kosten DNA-onderzoek bij ontkenning vaderschap tijdens huwelijk
In deze zaak ging het om de verdeling van de kosten van een DNA-onderzoek in een procedure tot ontkenning van het vaderschap van een kind geboren tijdens het huwelijk van de moeder en de man. De man had het vaderschap ontkend en de rechtbank had een DNA-onderzoek gelast. De moeder betwistte dat de kosten van dit onderzoek aan haar konden worden opgelegd, omdat zij de ontkenning van het vaderschap door de man had erkend en het onderzoek volgens haar overbodig was.
Het hof oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat bij ontkenning van het vaderschap het bewijs ambtshalve kan worden verlangd, ook als de ontkenning niet wordt betwist. De kosten van het DNA-onderzoek worden niet door de staat gedragen, maar kunnen tussen partijen worden verdeeld. De moeder was wel degelijk partij in de procedure omdat het vaderschap belangrijke rechtsgevolgen heeft voor het kind en de betrokken familieleden.
De moeder voerde verder aan dat de rechtbank artikel 237 Rv Pro onjuist had toegepast en dat zij niet redelijkerwijs aan de kosten kon worden gehouden omdat zij niet de verzoekende partij was. Het hof verwierp deze argumenten en bevestigde dat de rechtbank de kosten naar redelijkheid had verdeeld. De bestreden beschikking werd daarom bekrachtigd, waarbij de moeder mede werd veroordeeld tot betaling van de kosten van het DNA-onderzoek.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking en bevestigt dat de moeder mede aansprakelijk is voor de kosten van het DNA-onderzoek.