ECLI:NL:GHSGR:2005:AS6274
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- In 't Velt-Meijer
- Beyer-Lazonder
- Brinkman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kennelijk onredelijk ontslag met toekenning beperkte vergoeding
De zaak betreft een hoger beroep van een werkneemster tegen haar ontslag door haar werkgever, een visgroothandel, wegens bedrijfseconomische redenen. De werkneemster werkte parttime vanwege de verzorging van haar dochter en vorderde een vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag. De rechtbank kende haar een bedrag van €16.287 bruto toe.
Het hof stelt vast dat de werkgever geen vergoeding heeft betaald en erkent dat het voor een parttime werkneemster moeilijker is om passend werk te vinden. Ondanks de slechte financiële situatie van de werkgever, was er nog enige financiële armslag. Het hof oordeelt dat het ontslag kennelijk onredelijk is, mede vanwege het ontbreken van enige vergoeding en de duur van het dienstverband.
Bij de bepaling van de schadevergoeding houdt het hof rekening met de specifieke omstandigheden van de werkneemster, maar stelt dat enige flexibiliteit van haar verwacht mag worden. Daarom wordt de vergoeding verlaagd tot €3.500 bruto. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. Het hof vernietigt het eerdere vonnis en wijst de vordering deels toe.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag toe tot €3.500 bruto met rente en compenseert de proceskosten.