ECLI:NL:GHSGR:2005:AS6275
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- De Wild
- Beyer-Lazonder
- Van Coeverden
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet nietig wegens psychische stoornis en ontbreken dringende reden
De werkneemster werd op 20 oktober 2000 op staande voet ontslagen wegens vermeende verduistering en bedrog. Zij verzocht vervolgens om ontslag op eigen verzoek, wat door de werkgever werd gehonoreerd. De werkneemster stelde echter dat zij door een psychische stoornis niet in staat was haar wil vrijelijk te bepalen en dat het ontslag op staande voet niet gerechtvaardigd was.
Het hof stelde vast dat de werkneemster leed aan een psychische stoornis die haar handelingsbekwaamheid beïnvloedde en dat de werkgever hiervan ten tijde van het ontslagverzoek niet op de hoogte was. Het hof oordeelde dat de werkgever het ontslagverzoek niet mocht aanvaarden en dat het ontslag op staande voet nietig was.
Daarnaast was onvoldoende sprake van een dringende reden voor ontslag op staande voet, mede gelet op de bedrijfscultuur waarin het meenemen van kantoorartikelen naar huis en afwijkende declaratiepraktijken voorkwamen. De werkgever werd veroordeeld tot doorbetaling van salaris met matiging tot 20 april 2002, inclusief wettelijke verhoging en rente, en tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is nietig verklaard en de werkgever is veroordeeld tot doorbetaling van salaris met wettelijke verhoging en rente.