ECLI:NL:GHSGR:2005:AS9295
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Verheij
- Van der Putten-Göbbels
- De Groot
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid openbaar ministerie bij vervolging door politiesecretaris bevestigd
In deze strafzaak heeft het gerechtshof 's-Gravenhage geoordeeld over de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging van de verdachte. De vervolgingsbeslissing was genomen door een politiesecretaris, een medewerker van de regiopolitie Rotterdam die gedetacheerd is bij het Openbaar Ministerie en handelt onder gezag van de hoofdofficier. De politierechter had de vervolging niet-ontvankelijk verklaard omdat de politie partij was en de vervolgingsbeslissing door een collega was genomen, wat volgens hem een onwenselijke situatie schept.
Het hof heeft overwogen dat de mandaatregeling politiesecretaris het nemen van vervolgingsbeslissingen door deze functionaris toestaat mits onder toezicht van de hoofdofficier. De politiesecretaris handelt namens en in opdracht van de officier van justitie, die toezicht houdt en ingrijpt waar nodig. Hierdoor is voldoende afstand en onafhankelijkheid gewaarborgd, ook als de politie zelf slachtoffer of aangever is.
De verdediging had tevens aangevoerd dat volgens het beleid van het openbaar ministerie een transactie had moeten worden aangeboden, maar het hof verwierp dit omdat de verdachte een verleden had met meerdere veroordelingen. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en verklaarde het openbaar ministerie ontvankelijk, waarna de zaak werd terugverwezen voor inhoudelijke behandeling door de politierechter.
Deze uitspraak benadrukt de geldigheid van mandaatregelingen binnen het strafprocesrecht en de waarborging van onafhankelijkheid bij vervolgingsbeslissingen, ook wanneer politiefunctionarissen betrokken zijn als slachtoffer.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is ontvankelijk verklaard en de zaak is terugverwezen naar de politierechter.