ECLI:NL:GHSGR:2005:AT0299
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Vonk
- J. Van Walderveen
- J. Bouman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijkheid tariefgroepen successierecht bij verkrijging door neven en nichten
Belanghebbende, neef en nichten van een erflater, kregen een successierechtelijke aanslag opgelegd volgens tariefgroep III, wat leidde tot een effectieve belastingdruk van circa 67,3%. Zij voerden aan dat deze heffing onrechtvaardig en discriminerend was ten opzichte van verkrijgers in tariefgroepen I, IA of II, en dat dit in strijd was met artikel 26 IVBPR Pro en artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM.
Het hof overwoog dat de wetgever op fiscaal terrein een ruime beoordelingsvrijheid toekomt en dat het onderscheid in tariefgroepen gebaseerd is op de mate van verwantschap, wat een redelijke en objectieve rechtvaardiging vormt. De progressieve tarieven en de omvang van de verkrijging dragen bij aan de hoge belastingdruk, maar dit is niet onredelijk of onrechtmatig.
Verder oordeelde het hof dat geen sprake is van een individuele en buitensporige last en dat het eigendomsrecht niet is geschonden. Het beroep van belanghebbende werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag successierecht is ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.