ECLI:NL:GHSGR:2005:AT0649
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.E. Sanders
- J. Tromp
- M. Braun
- Rechtspraak.nl
Geen correctie aftrek voorbelasting op basis van niet-permanent gebruik theaterzaal
Belanghebbende, een ondernemer in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968, beschikte over een kunstencentrum met een kleine en een grote theaterzaal. Voor het tweede kwartaal van 2002 bracht zij de omzetbelasting over de bouwkosten van het centrum in aftrek. De Belastingdienst stelde na een boekenonderzoek het aftrekpercentage bij, mede vanwege het beperkte gebruik van de grote theaterzaal, en legde een naheffingsaanslag op.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de naheffingsaanslag, dat gedeeltelijk werd toegewezen. Het geschil spitste zich toe op de vraag of bij de berekening van het aftrekbare gedeelte van de voorbelasting rekening moet worden gehouden met het feit dat de grote theaterzaal niet dagelijks en niet 24 uur per dag wordt verhuurd.
Het Gerechtshof oordeelde dat de methode van toerekening van de voorbelasting, gebaseerd op artikel 11, tweede lid, van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting en artikel 17, vijfde lid, onderdeel c, van de Zesde richtlijn, uitgaat van het feitelijke gebruik. Het niet-permanente gebruik van de grote theaterzaal is inherent aan de exploitatievorm en beïnvloedt niet het aftrekpercentage. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.