ECLI:NL:GHSGR:2005:AT3001
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Pannekoek-Dubois
- Stille
- Labohm
- Rechtspraak.nl
Verrekening letselschadevergoeding tussen ex-echtgenoten bij echtscheiding
De zaak betreft een geschil tussen ex-echtgenoten over de verrekening van een schadevergoeding die de man ontving na een ernstig verkeersongeluk in 1999. De man en vrouw waren op huwelijkse voorwaarden gehuwd met uitsluiting van gemeenschap van goederen, maar met een verrekenbeding voor onverteerde inkomsten. Tijdens het huwelijk werd echter niet verrekend.
De vrouw verzocht om alimentatie en verdeling van de huwelijksgemeenschap, terwijl de man bezwaar maakte tegen de verrekening van de schadevergoeding, stellende dat deze niet als inkomen of vermogen moet worden beschouwd. Hij stelde dat het bedrag deels was gebruikt voor de aankoop van een auto en beleggingen en dat verrekening van de schadevergoeding onredelijk zou zijn.
Het hof stelde vast dat partijen zich tijdens het huwelijk gedroegen alsof zij in gemeenschap van goederen waren gehuwd, mede doordat het schadevergoedingsbedrag op een gezamenlijke rekening werd gestort en de vrouw de man langdurig verzorgde, waardoor zij geen baan kon aannemen. Daarom achtte het hof de schadevergoeding als een te verrekenen bate tussen partijen. De auto, betaald uit de schadevergoeding en op naam van de man, moest eveneens worden verrekend tegen de cataloguswaarde.
De vrouw werd niet-ontvankelijk verklaard in haar incidentele hoger beroep, en het hof bekrachtigde de bestreden beschikking, waarbij het verzoek van de man tot nihilstelling van alimentatie voor de periode tot verkoop woning was ingetrokken. De man werd niet veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De schadevergoeding wegens het verkeersongeluk wordt als te verrekenen bate tussen ex-echtgenoten beschouwd en de eerdere beschikking wordt bekrachtigd.