ECLI:NL:GHSGR:2005:AT3006
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Gerretsen-Visser
- Van den Wildenberg
- Van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid gezinsvoogdij-instelling in verzoek tot machtiging terugplaatsing uithuisgeplaatst kind
Deze zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de kinderrechter die het verzoek van de gezinsvoogdij-instelling tot machtiging tot terugplaatsing van het kind bij de moeder had afgewezen. Het kind was sinds de geboorte uit huis geplaatst en onder toezicht gesteld van de gezinsvoogdij-instelling.
De kern van het geschil is de ontvankelijkheid van de gezinsvoogdij-instelling in haar verzoek. De rechtbank had de instelling ontvankelijk verklaard, maar het hof oordeelt dat dit onjuist is omdat het verzoek niet op een wettelijke grondslag is gebaseerd.
Het hof verwijst naar de Hoge Raad-uitspraak van 3 november 2000 en overweegt dat besluiten tot beëindiging van uithuisplaatsing onder de Algemene wet bestuursrecht vallen. De pleegouders kunnen bezwaar maken via een andere rechtsgang, maar dit rechtvaardigt geen ontvankelijkheid van het verzoek van de gezinsvoogdij-instelling in deze procedure.
Daarom vernietigt het hof de bestreden beschikking en verklaart de gezinsvoogdij-instelling niet-ontvankelijk in haar verzoek tot machtiging tot terugplaatsing van het kind.
Uitkomst: De gezinsvoogdij-instelling wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot machtiging tot terugplaatsing van het kind.