ECLI:NL:GHSGR:2005:AT3180
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Tijnagel
- Van Walderveen
- Engel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rentebaten bij winst uit zeescheepvaart onder het tonnageregime
Belanghebbende, een fiscale eenheid die circa acht zeeschepen exploiteert, betwistte dat de door haar genoten rentebaten op rekening-courantverhoudingen en bankdeposito's behoren tot de forfaitaire winstberekening op grond van het tonnageregime. De Inspecteur had deze rentebaten bij de berekening van de belastbare winst in aanmerking genomen.
Het hof stelde vast dat het tonnageregime de operationele winst uit exploitatie van schepen en direct samenhangende werkzaamheden vervangt, maar dat het aanhouden van middelen, ook als werkkapitaal of buffer, niet tot deze exploitatie behoort. De wetgever heeft bewust gekozen voor een beperkte invulling van het begrip zeescheepvaart, afwijkend van de ruime interpretatie in OESO-verdragen.
Belanghebbendes beroep op de OESO-definitie en het Scheepvaartwinstverdrag faalde, evenals haar beroep op vermogensetikettering en artikel 8c, zesde lid, Wet IB 1964. Het hof verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de aanslag inclusief de rentebaten.
De uitspraak werd gedaan op 9 maart 2005 door het Gerechtshof 's-Gravenhage, waarbij geen proceskosten werden toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting inclusief rentebaten wordt gehandhaafd.