ECLI:NL:GHSGR:2005:AT4300
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Schuering
- Beyer-Lazonder
- Husson
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van ongeldige opzegging arbeidsongeschikte werknemer en doorbetaling premies
Tussen partijen bestond een arbeidsovereenkomst sinds 1993. Werknemer werd in 1997 arbeidsongeschikt en bleef dat. Werkgever vroeg in 1999 toestemming aan de RDA om de arbeidsovereenkomst op te zeggen, welke toestemming acht weken geldig was. Werkgever heeft echter niet binnen die termijn opgezegd. Een geantedateerde brief van oktober 1999 werd pas medio 2000 ontvangen door werknemer, die deze niet als opzegging beschouwde.
Het hof oordeelt dat de arbeidsovereenkomst niet automatisch eindigt na twee jaar arbeidsongeschiktheid en dat de opzegging niet rechtsgeldig was omdat deze niet binnen de geldige termijn van de RDA-toestemming is gedaan. De arbeidsovereenkomst eindigde uiteindelijk pas per 1 januari 2003 na een nieuwe ontslagvergunning.
Werkgever stelde dat werknemer had ingestemd met het ontslag, maar dit werd verworpen wegens gebrek aan ondubbelzinnige aanvaarding. Tevens werd geoordeeld dat werkgever verplicht was loon, WAO-gatpremie en pensioenpremies door te betalen tot de daadwerkelijke beëindiging. Het hoger beroep van werkgever faalt en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de opzegging niet rechtsgeldig was en veroordeelt werkgever tot doorbetaling van loon en premies tot 1 januari 2003.