ECLI:NL:GHSGR:2005:AT4365
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Duindam
- Van Leuven
- Van den Wildenberg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging erkenning en wettiging vaderschap buiten wettelijke termijn afgewezen
De man heeft bij de rechtbank en vervolgens in hoger beroep verzocht om de erkenning en wettiging van vaderschap ten aanzien van [benadeelde partij 1] te vernietigen. Hij was niet de biologische vader en wilde de juridische band beëindigen. De rechtbank wees het verzoek af omdat het buiten de wettelijke termijnen was ingediend.
In hoger beroep stelde de man dat de belangenafweging onjuist was en dat het vasthouden aan de termijnen een ontoelaatbare inmenging in het gezinsleven volgens artikel 8 EVRM Pro betekende. Het hof oordeelde dat de wettelijke termijnen noodzakelijk zijn voor rechtszekerheid en ter bescherming van de belangen van het kind, en dat de man niet ontvankelijk was wegens overschrijding van deze termijnen.
Verder was niet gesteld of gebleken dat sprake was van bedreiging, dwaling, bedrog of misbruik van omstandigheden, waardoor een beroep op artikel 1:205 BW Pro niet slaagde. Het hof vernietigde de bestreden beschikking voor zover het verzoek tot ontkenning was afgewezen en verklaarde de man niet-ontvankelijk in dat verzoek, terwijl de rest van de beschikking werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot ontkenning van het vaderschap en bekrachtigt de rest van de beschikking.