ECLI:NL:GHSGR:2005:AT4373
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Gerretsen-Visser
- Van Nievelt
- Duindam
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot erkenning van kind uit beëindigde affectieve relatie wegens belangenafweging
De moeder en de man hadden een affectieve relatie die medio 2001 werd beëindigd, waaruit een kind is geboren. De moeder heeft het gezag en het kind verblijft bij haar. De man verzocht toestemming voor erkenning van het kind, maar de moeder verzette zich hiertegen vanwege de negatieve gevolgen voor de relatie met het kind en haar veiligheid.
De rechtbank verleende vervangende toestemming, maar de moeder ging in hoger beroep. Het hof voerde een belangenafweging uit waarbij het belang van het kind en de moeder bij een ongestoorde relatie zwaarder werd gewogen dan het belang van de man bij erkenning. De man wilde vooral omgang en macht over moeder en kind uitoefenen, niet het aangaan van familierechtelijke betrekkingen.
De raad voor de Kinderbescherming adviseerde afwijzing vanwege de slechte verstandhouding en angst van de moeder. De advocaat-generaal vond dat erkenning het belang van het kind kon dienen, maar kon het belang van de man niet duidelijk onderbouwen. De bijzonder curator zag geen bezwaar bij erkenning tenzij een kinderpsychiater anders zou adviseren.
Het hof concludeerde dat erkenning het risico van verstoring van de moeder-kindrelatie en belemmering van de ontwikkeling van het kind met zich meebrengt. Daarom vernietigde het hof de eerdere beschikking en wees het het verzoek van de man tot erkenning af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot erkenning van het kind af vanwege het zwaardere belang van de moeder en het kind bij een ongestoorde verhouding.