ECLI:NL:GHSGR:2005:AT4379
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kok
- Labohm
- Tanja-van den Broek
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderalimentatie en verzekeringsverplichtingen tussen ouders met internationaal gezag
De zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen een beschikking van de rechtbank te ’s-Gravenhage inzake vaststelling van kinderalimentatie voor zijn kind, geboren in de Verenigde Staten, waarbij de moeder het gezag heeft en in de VS woont, terwijl de vader in Nederland woont.
De rechtbank had eerder de kinderalimentatie vastgesteld op basis van het recht van de Amerikaanse staat waar het kind verblijft, inclusief een levensverzekering en ziektekostenverzekering. De vader betwistte onder meer de toepasselijkheid van het buitenlandse recht, de hoogte van de alimentatie, zijn draagkracht, en de berekening van het inkomen.
Het hof oordeelde dat de Guidelines van de Amerikaanse staat onderdeel van het toepasselijke recht zijn en dat de rechtbank terecht zelfstandig heeft beoordeeld. Het hof wees grieven van de vader af over draagkracht, belastingdruk en wisselkoersen, maar stelde de alimentatie voor 2002 bij vanwege arbeidsongeschiktheid. Tevens werd vastgesteld dat de vader tot mei 1998 geen aanvullende bijdrage verschuldigd was vanwege een stilzwijgende overeenkomst over een lager bedrag. De verplichting tot het afsluiten van een levensverzekering bleef gehandhaafd.
De beschikking werd deels vernietigd en aangepast, waarbij de alimentatiebedragen voor verschillende periodes werden vastgesteld en de overige vorderingen werden afgewezen. De kosten werden door partijen zelf gedragen.
Uitkomst: Het hof stelde de kinderalimentatiebedragen voor verschillende periodes vast, wees het verzoek voor de periode tot mei 1998 af en handhaafde de verplichting tot het afsluiten van een levensverzekering.