ECLI:NL:GHSGR:2005:AT5509
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- In ’t Velt-Meijer
- De Wild
- Van der Horst
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontbinding arbeidsovereenkomst wegens reorganisatie en doorbreking appelverbod artikel 7:685 BW
Werknemer is sinds 1998 in dienst bij de rechtsvoorgangster van werkgever. Werkgever voerde in 2003 en 2004 reorganisaties door vanwege slechte bedrijfsresultaten. Werkgever verzocht de rechtbank ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens functieverlies. De rechtbank wees dit toe zonder vergoeding. Werknemer was sinds januari 2004 ziek en kon haar zaak niet met haar advocaat bespreken, wat leidde tot een verzoek tot aanhouding dat werd afgewezen.
Het hof oordeelt dat het appelverbod van artikel 7:685 lid 11 BW Pro doorbroken kan worden bij schending van fundamentele rechtsbeginselen zoals hoor en wederhoor. Omdat werknemer door ziekte niet in staat was haar standpunt te bespreken en de rechtbank de behandeling niet had moeten voortzetten zonder aanhouding, is het appelverbod doorbroken en is het hoger beroep ontvankelijk.
Inhoudelijk stelt werkgever dat de functie van werknemer is komen te vervallen en dat er geen passende functie beschikbaar is. Werknemer betwist dat het anciënniteitbeginsel is gerespecteerd, omdat een jongere werknemer haar werk doet. Het hof stelt vast dat het werk van werknemer en de jongere werknemer in verschillende functiegroepen vallen en dat er geen sprake is van schending van het anciënniteitbeginsel.
Daarom wordt het beroep van werknemer ongegrond verklaard en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd. De proceskosten van het hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hoger beroep van werknemer wordt ongegrond verklaard en de ontbinding van de arbeidsovereenkomst per 1 oktober 2004 wordt bekrachtigd.