ECLI:NL:GHSGR:2005:AT6334
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.M.E. In ’t Velt-Meijer
- A.H. de Wild
- M.A. van Coeverden
- Rechtspraak.nl
Werkgever voldoet niet aan reïntegratieverplichting werknemer met arbeidsongeschiktheid
De werknemer trad in 1977 in dienst bij PTT, de rechtsvoorganger van TPG, en werd in december 1991 volledig arbeidsongeschikt verklaard door rugklachten. Vanaf 1994 ontving hij een WAO-uitkering en een WW-uitkering. TPG heeft meerdere malen geprobeerd een ontslagvergunning te verkrijgen, maar deze werden geweigerd omdat herplaatsingsmogelijkheden onvoldoende waren aangetoond.
De werknemer vorderde loonbetaling over de periode van 1 januari 1994 tot 30 oktober 1997, gebaseerd op de artikelen 7:628 en 7:611 BW, omdat TPG niet voldeed aan haar reïntegratieverplichting. De kantonrechter en rechtbank wezen deze vordering af, maar de Hoge Raad vernietigde het vonnis en verwees de zaak terug naar het hof voor inhoudelijke beoordeling.
Het hof oordeelt dat de werknemer een voldoende specifiek aanbod heeft gedaan om ander passend werk te verrichten en dat TPG onvoldoende heeft gedaan om passend werk te vinden. De reorganisatie en voorrang van boventallige werknemers op administratieve functies rechtvaardigen geen achterstelling van de werknemer. TPG wordt veroordeeld tot betaling van 70% van het loon over de genoemde periode, vermeerderd met wettelijke verhoging en rente.
De vordering tot schadevergoeding wegens verslechtering van de rug is niet meer aan de orde. Het hof matigt de wettelijke verhoging tot 20% en wijst de wettelijke rente toe vanaf 24 april 1998. Het vonnis van de kantonrechter wordt vernietigd en het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: TPG wordt veroordeeld tot betaling van 70% van het loon over 1994-1997 wegens niet-naleving van reïntegratieverplichting.