ECLI:NL:GHSGR:2005:AT6537
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Tijnagel
- Van Walderveen
- Engel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zakelijkheid en winstuitdeling van dealerreizen in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een B.V. die een fiscale eenheid vormt met twee dochtervennootschappen, organiseerde in 1997 en 1999 dealerreizen naar Dubai en Thailand. A, directeur en aandeelhouder, en zijn echtgenote namen deel aan deze reizen. De Inspecteur stelde dat de waarde van deze reizen onderdeel van de winst uitmaakte en legde een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting op.
Belanghebbende voerde aan dat de reizen zakelijk waren, bedoeld voor vaktechnische uitwisseling en het versterken van leveranciersrelaties, en dat de deelname van de echtgenote zakelijk was vanwege mogelijke opvolging. De Inspecteur betwistte dit en vroeg om bewijs van zakelijkheid, dat niet werd geleverd.
Het Hof stelde vast dat het reisprogramma een volledig toeristisch karakter had, dat partners zonder meer konden deelnemen en dat de gevraagde bewijsstukken niet werden verstrekt. Ook was de echtgenote geen werknemer of functionaris binnen de onderneming. Daarom oordeelde het Hof dat de waarde van de reizen als winstuitdeling moet worden aangemerkt en niet als zakelijk kostenbestanddeel.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard. Het Hof wees proceskostenveroordeling af en gaf aan dat cassatie mogelijk is bij de Hoge Raad binnen zes weken na verzending van het arrest.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de navorderingsaanslag vennootschapsbelasting werd ongegrond verklaard.