ECLI:NL:GHSGR:2005:AT6677
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Ritter
- Van Dissel
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens ontbreken rechtsgeldige klacht
In deze strafzaak heeft het hof het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter. De zaak betreft de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging van de verdachte. Op 24 augustus 2004 deed de vader van de verdachte aangifte tegen zijn zoon. Volgens de artikelen 316 lid 2 juncto 353 Sr is vervolging alleen mogelijk indien tevens een rechtsgeldige klacht is ingediend en niet tijdig is ingetrokken.
Het dossier bevat een brief van de vader waarin blijkt dat hij op 24 augustus 2004 een klacht wilde indienen, maar deze binnen acht dagen daarna op hetzelfde politiebureau heeft willen intrekken. Door toedoen van politieambtenaren heeft deze intrekking echter niet geleid tot een formele intrekking. Het hof oordeelt dat er daardoor geen rechtsgeldige en gehandhaafde klacht is ingediend.
Verder is vastgesteld dat de klacht niet door de klager is ondertekend, wat in strijd is met artikel 163 Sv Pro. Een van de betrokken politieambtenaren kon zich de toedracht niet herinneren, maar dit doet niet af aan het oordeel van het hof. Gezien het ontbreken van een geldige klacht verklaart het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging en vernietigt het het vonnis waarvan beroep.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtsgeldige klacht.