ECLI:NL:GHSGR:2005:AT8290
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Savelbergh
- Van Walderveen
- Engel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belastingheffing rente uit vordering op Nederlandse vennootschap met aanmerkelijk belang
Belanghebbende, woonachtig in België, had een aanmerkelijk belang in een Nederlandse besloten vennootschap en genoot rente uit een vordering op deze vennootschap. De Inspecteur had deze rente tot het belastbare inkomen in Nederland gerekend en belanghebbende maakte hiertegen bezwaar dat de rente niet als in Nederland verrichte werkzaamheden kon worden aangemerkt en dat het belastingverdrag met België toepassing behoefde te vinden.
Het hof stelde vast dat het begrip "overige werkzaamheden" in artikel 7.2, tweede lid, onderdeel c, Wet IB 2001 ook het hebben van een schuldvordering op een vennootschap waarin een aanmerkelijk belang bestaat omvat. Het hof verwierp het betoog van belanghebbende dat de rente primair als zelfstandige arbeid moest worden gekwalificeerd en dat de heffing aan België toekwam.
Het hof concludeerde dat de rente volledig voldoet aan de definitie van interest in artikel 11 van Pro het belastingverdrag en daarom in Nederland belast mag worden. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting is ongegrond verklaard en de rente is terecht in Nederland belast.