ECLI:NL:GHSGR:2005:AT9365
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.A. Schuering
- C.G. Beyer-Lazonder
- L.F.A. Husson
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet door werknemer wegens niet-betaling reiskostenvergoeding
De werknemer trad op 17 januari 2001 in dienst bij de werkgever op basis van een schriftelijke arbeidsovereenkomst waarin een reiskostenvergoeding was opgenomen. De werkgever betaalde deze vergoeding echter niet gedurende ruim negen maanden. Op 29 oktober 2001 nam de werknemer ontslag op staande voet vanwege deze niet-betaling.
De werkgever vorderde nietigheid van het ontslag en een schadevergoeding, terwijl de werknemer betaling van achterstallig salaris, vakantiegeld en reiskostenvergoeding eiste. De rechtbank wees de vorderingen van de werkgever af en veroordeelde deze tot betaling aan de werknemer van salaris en vakantiegeld.
In hoger beroep voerde de werkgever aan dat het ontslag nietig was en dat de reiskostenvergoeding niet was overeengekomen. Het hof oordeelde dat de werkgever onvoldoende had onderbouwd dat de vergoeding niet was overeengekomen en dat het langdurig niet betalen van de vergoeding een dringende reden vormde voor het ontslag op staande voet. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en verwierp de vorderingen van de werkgever.
De zaak werd terugverwezen voor verdere berechting van de niet in hoger beroep behandelde vordering van de werknemer tot betaling van de reiskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat het negen maanden niet betalen van de reiskostenvergoeding een dringende reden is voor ontslag op staande voet en wijst de vorderingen van de werkgever af.