ECLI:NL:GHSGR:2005:AU1867
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.H. de Wild
- A.A. Schuering
- C.G. Beyer-Lazonder
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep loonvordering na onderhandelingen in strijd met redelijkheid en billijkheid
De werknemer was van juni 1996 tot februari 1999 in dienst bij Niba Motors B.V. en vorderde na zijn ontslag nabetaling van achterstallig loon en een eenmalige uitkering conform de toepasselijke cao. Na correspondentie en onderhandelingen tussen de FNV en Niba werd het oorspronkelijke bedrag van ƒ 14.239,32 bruto teruggebracht tot ƒ 10.917,30 bruto. Niba deed meerdere betalingsvoorstellen, oplopend tot ƒ 10.000,-- bruto met wettelijke rente.
De werknemer accepteerde uiteindelijk een betaling van ƒ 10.971,30 bruto plus een bedrag aan rente, welke op 18 april 2002 werd voldaan. Desondanks startte de werknemer een procedure en vorderde onder meer wettelijke verhoging, rente en incassokosten. De kantonrechter wees deze vorderingen af, wat leidde tot hoger beroep.
Het hof oordeelde dat de werknemer na de onderhandelingen niet vrij stond om zijn vordering te verhogen met extra wettelijke rente, omdat partijen niet over rente hadden gesproken en Niba haar aanbod had verhoogd tot bijna het gevorderde bedrag. De vordering van de werknemer werd als onaanvaardbaar beschouwd in het licht van redelijkheid en billijkheid. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde de werknemer in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de aanvullende loonvordering af wegens strijd met redelijkheid en billijkheid.