ECLI:NL:GHSGR:2005:AU1871
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.H. de Wild
- A.A. Schuering
- M. Brink
- Rechtspraak.nl
Geen verboden onderscheid in arbeidsvoorwaarden bij samenval bevallingsverlof en vakantie in onderwijs
De zaak betreft een geschil tussen ROC Zeeland en een werkneemster over de toekenning van vakantiedagen die samenvielen met haar zwangerschaps- en bevallingsverlof. De werkneemster vorderde toekenning van dertien vakantiedagen die verloren zouden zijn gegaan doordat deze samenvielen met haar verlofperiode. ROC Zeeland stelde dat er geen sprake was van verboden onderscheid in arbeidsvoorwaarden.
Na verwijzing door de Hoge Raad onderzocht het hof of de werkneemster daadwerkelijk verhinderd was haar vakantiedagen op te nemen. Uit de berekeningen bleek dat zij ondanks het verlof voldoende uren had om haar normjaartaak te vervullen en daarnaast vier weken vakantie kon opnemen. Daarmee was geen sprake van verlies van vakantiedagen.
Het hof vernietigde de eerdere vonnissen van de kantonrechter en wees de vorderingen van de werkneemster af. Tevens werd zij veroordeeld in de proceskosten. Hiermee bevestigde het hof dat het samenvallen van bevallingsverlof met schoolvakantie in het onderwijs geen verboden onderscheid in arbeidsvoorwaarden oplevert.
Uitkomst: De vorderingen van de werkneemster worden afgewezen omdat zij haar vakantiedagen volledig kon opnemen ondanks het samenvallen met bevallingsverlof.