ECLI:NL:GHSGR:2005:AU2867
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van der Putten-Göbbels
- Le Clercq-Meijer
- Bruinsma
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot zeven jaar gevangenisstraf wegens doodslag zonder voorbedachte rade
Het gerechtshof te 's-Gravenhage heeft op 1 september 2005 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een verdachte die primair werd verdacht van moord, maar uiteindelijk werd veroordeeld voor doodslag. Het hof oordeelde dat de voorbedachte rade op de dood van het slachtoffer onvoldoende was bewezen, mede omdat de verdachte het slachtoffer slapend aantrof en niet direct het mes gebruikte.
De verdachte werd wel wettig en overtuigend bewezen dat hij het slachtoffer heeft gedood door middel van steken met een mes, na aanvankelijk het slachtoffer met een vleeshamer op het hoofd te hebben geslagen. Het hof verwierp het verweer van noodweerexces omdat het slachtoffer geen substantieel verzet bood en ook het beroep op psychische overmacht faalde, mede door de bevindingen van gedragsdeskundigen en het hoge alcoholpromillage van het slachtoffer.
De straf werd vastgesteld op zeven jaar gevangenisstraf met aftrek van voorarrest. Daarnaast werd de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij van EUR 1.135,40 toegewezen. De verdachte werd verplicht dit bedrag te betalen, alsmede de kosten voor de tenuitvoerlegging van de uitspraak. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en sprak de verdachte vrij van het primair tenlastegelegde moord, maar veroordeelde hem voor het subsidiair tenlastegelegde doodslag.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf wegens doodslag zonder voorbedachte rade, met toegewezen schadevergoeding.