ECLI:NL:GHSGR:2005:AU3030
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Nievelt
- Van Leuven
- Van der Burght
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verblijfplaats kind en omgangsregeling na echtscheiding
De ouders zijn gescheiden en hebben gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind, dat sinds 2002 bij de moeder verblijft. De vader is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank waarin het hoofdverblijf van het kind bij de moeder is vastgesteld en een omgangsregeling is bepaald.
De vader betoogt dat de raad voor de kinderbescherming onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar wie het meest geschikt is voor de dagelijkse verzorging van het kind en verzoekt om wijziging van het hoofdverblijf naar hem. Tevens verzoekt hij subsidiair een ruimere omgangsregeling. De moeder en de raad verzetten zich tegen deze verzoeken.
Het hof oordeelt dat het belang van het kind voorop staat en dat de raad het belang van het kind adequaat heeft onderzocht. De vader heeft onvoldoende concreet gesteld waarom het verblijf bij de moeder onwenselijk is. Ook de omgangsregeling wordt gehandhaafd vanwege de slechte communicatie tussen ouders en mogelijke nadelige gevolgen voor het kind bij uitbreiding.
Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking en compenseert de kosten van het hoger beroep, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking dat het kind bij de moeder blijft en handhaaft de omgangsregeling van een weekend per twee weken.