ECLI:NL:GHSGR:2005:AU3124
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.H. de Wild
- C.G. Beyer-Lazonder
- L.F.A. Husson
- Rechtspraak.nl
Geen huurovereenkomst wegens ontbreken feitelijk gebruik bedrijfsruimte door appellant
Partijen sloten op 28 december 2001 een huurcontract voor een bedrijfsruimte te Schiedam, ingaande 1 januari 2002 voor twee jaar en twee maanden. Vanaf mei 2003 betaalde appellant geen huur meer en de ruimte werd per 1 februari 2004 aan een derde verhuurd. De verhuurder vorderde betaling van huurachterstand, schadevergoeding wegens ontmanteling van een wietplantage en buitengerechtelijke kosten.
De rechtbank wees de vorderingen toe, maar het hof oordeelde dat appellant alleen op papier huurder was. De bedrijfsruimte bleef feitelijk in gebruik bij de vorige huurder V., die ook de huur en energiekosten betaalde. Appellant had geen toegang tot de ruimte en ontving pas eind november 2003 een reservesleutel voor eenmalig gebruik. Appellant was destijds bijrijder bij V. en kon de huur niet betalen, wat de verhuurder wist.
Het hof concludeerde dat geen huurovereenkomst tot stand was gekomen waarbij appellant gehouden was tot betaling. Ook de schadevergoeding kon niet op appellant worden verhaald. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees alle vorderingen af. De verhuurder werd veroordeeld in de kosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van de verhuurder af omdat appellant nooit feitelijk huurder was en de bedrijfsruimte niet heeft gebruikt.