ECLI:NL:GHSGR:2005:AU4033
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.A. Schuering
- C.G. Beyer-Lazonder
- K. Aantjes
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kwalificatie arbeidsrelatie tussen zelfstandige en Handelsveem
Appellant verrichtte van april 1987 tot november 2000 werkzaamheden voor Handelsveem en factureerde deze als zelfstandige onderneming. Na arbeidsongeschiktheid stelde appellant dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst en vorderde hij rechten op die grond.
De rechtbank wees deze vorderingen af, waarna appellant in hoger beroep ging. Het hof onderzocht of er sprake was van een arbeidsovereenkomst, waarbij het onder meer keek naar de feitelijke uitvoering, inschrijving bij de Kamer van Koophandel, deelname aan personeelsregelingen en mate van gezag.
Het hof concludeerde dat het rechtsvermoeden van art. 7:610a BW was ontkracht, omdat appellant als zelfstandige factureerde, eigen administratie voerde en geen deel nam aan personeelsregelingen. Hoewel appellant bepaalde aanwijzingen van gezagsverhouding aanvoerde, waren deze onvoldoende om de contractuele relatie als arbeidsovereenkomst te kwalificeren.
Het hof oordeelde dat de relatie een overeenkomst van opdracht betrof en dat appellant geen gelijkheidsbeginsel kon inroepen ten opzichte van werknemers. Het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd en appellant werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het beroep van appellant af omdat geen arbeidsovereenkomst bestond.