ECLI:NL:GHSGR:2005:AU6012
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.H. de Wild
- A.A. Schuering
- M.H. van Coeverden
- Rechtspraak.nl
Kennelijk onredelijk ontslag na langdurige ziekte met werkgerelateerd letsel en vergoeding aangepast aan CAO-regeling
Werknemer, sinds 1961 werkzaam in de scheepsreparatie, liep op 8 juni 1994 een knieblessure op door een val tijdens werk. Na langdurige ziekte en aangepaste arbeid werd hij in 2001 ontslagen wegens arbeidsongeschiktheid zonder uitzicht op werkhervatting binnen VOS.
De rechtbank oordeelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was en kende werknemer een vergoeding van €45.000 toe. VOS ging in hoger beroep tegen het oordeel en de hoogte van de vergoeding. Werknemer stelde dat ook zijn dienstjaren bij het failliete Havenbedrijf Vlaardingen Oost mee moesten tellen.
Het hof stelde vast dat het letsel en de arbeidsongeschiktheid direct verband hielden met het werk. Het ontslag was daarom kennelijk onredelijk. De dienstjaren bij het failliete bedrijf waren juridisch niet relevant voor de vergoeding. Wel was van belang dat de CAO een regeling kende voor oudere arbeidsongeschikten die een hogere uitkering gaf, waardoor een hogere vergoeding passend was.
Het hof verhoogde de vergoeding naar €55.000 bruto plus wettelijke rente vanaf 1 juni 2002 en bevestigde de toekenning van buitengerechtelijke kosten. Het principale beroep van VOS werd verworpen, het incidentele beroep van werknemer deels toegewezen. De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof verklaart het ontslag kennelijk onredelijk en kent een vergoeding toe van €55.000 bruto met wettelijke rente vanaf 1 juni 2002 plus buitengerechtelijke kosten.