ECLI:NL:GHSGR:2005:AU6296
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Nievelt
- Husson
- Scheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen tussenbeschikking omgangsregeling
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank die een proefcontactregeling voor omgang tussen de vader en het minderjarige kind bepaalde. De omgang zou plaatsvinden onder begeleiding in een omgangshuis gedurende zes maanden, éénmaal per drie weken op woensdagmiddag.
Het hof oordeelt dat de bestreden beschikking een tussenbeschikking betreft, omdat deze geen definitieve beslissing geeft over de omgangsregeling maar slechts een voorlopige proefcontactregeling oplegt. Volgens artikel 358 lid 4 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is hoger beroep tegen tussenbeschikkingen niet toegestaan, tenzij de rechter anders beslist, wat hier niet het geval is.
De moeder is daarom niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep. De zaak zal na evaluatie van de proefcontacten door het Project Rotterdamse Omgangsbegeleiding en de raad voor de kinderbescherming worden voortgezet bij de rechtbank. De vader is niet verschenen in hoger beroep en de raad voor de kinderbescherming is als belanghebbende betrokken.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de moeder niet-ontvankelijk omdat het betreft een tussenbeschikking waartegen geen hoger beroep openstaat.