ECLI:NL:GHSGR:2005:AU7709
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Van Nievelt
- Van der Burght
- Rechtspraak.nl
Bevoegde rechter bij wijziging gewone verblijfplaats kinderen in omgangsrechtzaak
De zaak betreft een geschil over het omgangsrecht tussen een vader en zijn minderjarige kinderen na echtscheiding. De moeder heeft het gezag over de kinderen en zij zijn sinds medio 2003 in Griekenland gaan wonen. De vader was in eerste aanleg het recht op omgang met de kinderen ontzegd en kwam in hoger beroep tegen deze beschikking.
Tijdens de behandeling van het hoger beroep stond de vraag centraal of het hof rechtsmacht had om over het verzoek van de vader te oordelen, nu de kinderen hun gewone verblijfplaats buiten Nederland hadden gekregen. Het hof overwoog dat de Brussel IIbis-verordening niet van toepassing was vanwege de datum van de procedure en dat het Haags Kinderbeschermingsverdrag niet van toepassing was omdat Griekenland geen partij is.
Toch werd de hoofdregel van het Haags Kinderbeschermingsverdrag, dat de rechter van het land van het gewone verblijf van het kind bevoegd is, analoog toegepast. Gezien het feit dat de kinderen al geruime tijd in Griekenland wonen en geen terugkeer naar Nederland te verwachten is, oordeelde het hof dat de Nederlandse rechter niet langer bevoegd is en dat de Griekse rechter bevoegd is.
Daarom verklaarde het hof zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen en wees het verzoek af op grond van onbevoegdheid.
Uitkomst: Het hof verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep vanwege de wijziging van de gewone verblijfplaats van de kinderen naar Griekenland.