ECLI:NL:GHSGR:2005:AU9640
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.H. de Wild
- M.H. Van Coeverden
- C.H. Brinkman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over nietigheid ontslag werknemer wegens vermeende psychische stoornis
Werknemer trad op 2 november 2001 in dienst bij Ten Berge en verlengde zijn contract tot 2 mei 2003. Op 9 januari 2003 nam hij ontslag op eigen verzoek, wat Ten Berge aanvaardde. Werknemer stelde dat hij door een psychische stoornis niet in staat was zijn wil te bepalen en dat het ontslag daarom nietig was. De rechtbank oordeelde dat Ten Berge voldoende bewijs had geleverd dat het ontslag met duidelijke en ondubbelzinnige wil was genomen en dat de psychische stoornis onvoldoende aannemelijk was om het ontslag te vernietigen.
In hoger beroep handhaafde het hof deze beoordeling. Getuigenverklaringen bevestigden een rustig verlopen ontslaggesprek en dat Ten Berge zich ervan had vergewist dat de wil van werknemer op beëindiging van het dienstverband was gericht. De brief van een psychiater en het gebrek aan concreet bewijs van werknemer konden het bewijs van Ten Berge niet weerleggen. De grieven van werknemer werden verworpen en het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd.
De werknemer werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het arrest werd uitgesproken op 9 december 2005 door het Gerechtshof 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het ontslag op eigen verzoek van werknemer is rechtsgeldig en de vorderingen tot nietigverklaring en loonbetaling worden afgewezen.