ECLI:NL:GHSGR:2005:AW7422
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- Kok
- Labohm
- Rechtspraak.nl
Verdeling nalatenschap en zorgvuldigheid executeur-testamentair in hoger beroep
In deze zaak staat de verdeling van een nalatenschap tussen meerdere erfgenamen centraal. Appellanten stelden dat er op 10 augustus 2001 een definitieve overeenkomst tot verdeling tot stand was gekomen, wat het hof echter verwerpt. De executeur-testamentair, benoemd in het testament, wordt door appellanten verweten zijn taak niet zorgvuldig te hebben uitgevoerd, met name door onvoldoende te informeren en onrechtmatig te handelen.
Het hof stelt vast dat de executeur-testamentair zijn taak met de grootst mogelijke zorgvuldigheid heeft verricht. Hij heeft alle erfgenamen ruimschoots geïnformeerd, deskundigen ingeschakeld op fiscaal, financieel en notarieel gebied, en transparant gehandeld. De vermeende onrechtmatige daad wordt door het hof niet bewezen geacht.
Verder oordeelt het hof dat appellanten geen aanspraak kunnen maken op betaling van een bedrag van ƒ 158.000,- omdat er geen onvoorwaardelijke overeenkomst is gesloten. Ook wijst het hof de vordering tot gedeeltelijke verdeling af, omdat geen gewichtige redenen zijn gesteld.
Het hof gelast een comparitie van partijen om nadere informatie te verkrijgen over de boedel en de afwikkeling, en houdt verdere beslissing aan. De zorgvuldigheid van de executeur-testamentair en het ontbreken van een definitieve verdeling zijn kernpunten van het arrest.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat geen definitieve verdelingsovereenkomst is gesloten en dat de executeur-testamentair zijn taak zorgvuldig heeft uitgevoerd; verdere beslissing wordt aangehouden na comparitie.