ECLI:NL:GHSGR:2006:AV1251
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- L. Verheij
- M.P.J.G. van der Putten-Göbbels
- T.J.P. van Os van den Abeelen
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid openbaar ministerie ondanks schending verschoningsrecht bij tapsverslagen
In deze strafzaak over een gasexplosie in de Herman Costerstraat stond de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie centraal vanwege het gebruik van tapsverslagen met gesprekken tussen verdachten en hun raadslieden (geheimhouders). De verdediging stelde dat deze gesprekken onrechtmatig waren gebruikt en dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard moest worden wegens schending van het verschoningsrecht en artikel 126aa Sv.
Het hof onderzocht de omstandigheden en concludeerde dat hoewel er sprake was van laakbare slordigheden en schending van het verschoningsrecht, er geen aanwijzingen waren dat deze gesprekken sturend waren geweest in het opsporingsonderzoek. Ook ontbrak het aan doelbewuste of grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte door het openbaar ministerie.
Het hof oordeelde dat de sanctie van niet-ontvankelijkheid slechts kan worden opgelegd bij ernstige inbreuken op een behoorlijke procesorde, wat hier niet het geval was. Het vonnis van de rechtbank, die het openbaar ministerie niet-ontvankelijk had verklaard, werd vernietigd. De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank voor inhoudelijke berechting met inachtneming van het arrest.
Daarnaast bepaalde het hof dat de tapverslagen en processen-verbaal met geheimhouders nog geen processtukken zijn zolang ze niet aan het strafdossier zijn toegevoegd, en dat deze stukken zorgvuldig bewaard moeten blijven totdat de hoofdzaak onherroepelijk is beslist.
Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt ontvankelijk verklaard en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor nieuwe berechting.