ECLI:NL:GHSGR:2006:AV1463
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- A. Dupain
- A.V. van den Berg
- D.J. de Brauw
- Rechtspraak.nl
Beoordeling uitleveringsverzoek en bevoegdheid minister bij staking vervolging
In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen een vonnis dat de uitlevering van appellant aan de Verenigde Staten toestond. Appellant voerde aan dat de minister ten onrechte de vervolging had gestaakt zonder de vereiste aanwijzing ex art. 127 Wet Pro RO en dat uitlevering niet mogelijk was vanwege eerdere vervolging in Nederland.
Het hof oordeelde dat de officier van justitie bevoegd blijft tot vervolgingsbeslissingen, ook tijdens een uitleveringsverzoek, en dat art. 9 tweede Pro lid Uitleveringswet niet impliceert dat alleen de minister daartoe bevoegd is. De minister is wel de dominus litis bij de uiteindelijke uitleveringsbeslissing na toelaatbaarverklaring.
Verder stelde het hof vast dat de beslissing tot uitlevering pas werd genomen nadat het strafrechtelijk financieel onderzoek was gesloten, waardoor het beletsel uit art. 9 eerste Pro lid onder a Uitleveringswet niet meer bestond. Ook het bezwaar dat uitlevering niet mogelijk zou zijn vanwege eerdere vervolging faalde omdat de vervolging was gestaakt ten gunste van berechting in het buitenland.
Het hof bekrachtigde het bestreden vonnis en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het vonnis tot uitlevering wordt bekrachtigd.