ECLI:NL:GHSGR:2006:AV4013
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Van Leuven
- Scheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen proefcontacten omgangsregeling
De vader verzocht bij de rechtbank Rotterdam om een omgangsregeling met zijn zoon, waarbij de rechtbank een proefomgangsregeling oplegde. Deze proefcontacten werden zes keer georganiseerd via Rotterdamse Omgangsbegeleiding, met een pro forma aanhouding van de zaak tot 1 oktober 2005.
De moeder ging in hoger beroep tegen deze beschikking. Het hof oordeelde dat het opleggen van proefcontacten een tussenbeschikking is, waarop geen afzonderlijk hoger beroep mogelijk is volgens artikel 358 lid 4 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Omdat de rechter nog geen definitieve beslissing had genomen en de proefcontacten dienden om het verdere verloop te bepalen, was het hoger beroep niet ontvankelijk.
De moeder werd daarom niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep. De vordering van de vader om de moeder te veroordelen in de kosten van het hoger beroep werd afgewezen, omdat partijen in een familierechtelijke verhouding staan. De kosten werden gecompenseerd, zodat elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de moeder niet-ontvankelijk en compenseert de kosten.