ECLI:NL:GHSGR:2006:AV4705
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.M.E. In 't Velt-Meijer
- C.G. Beyer-Lazonder
- M.H. van Coeverden
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over onterecht ontslag op staande voet wegens arbeidsongeschiktheid door psychische klachten
Werknemer trad op 15 januari 2001 in dienst bij De Groot als productiemedewerker. Hij meldde zich op 11 juni 2001 ziek en hervatte op 30 juli 2001 passende werkzaamheden. Na herhaalde ziekmeldingen in augustus 2001, waaronder een bezoek aan de Arbo-arts, werd hij op 10 september 2001 op staande voet ontslagen wegens vermeende werkweigering.
Werknemer stelde dat hij vanaf 7 augustus 2001 arbeidsongeschikt was door psychische klachten veroorzaakt door bedreiging door de vader van de werkgever. Medische rapporten van de Riagg-arts en psychiater bevestigden een acute psychiatrische aandoening met depressieve en psychotische kenmerken, veroorzaakt door de bedreiging en werkomstandigheden.
Het hof oordeelde dat de arbeidsongeschiktheid vanaf 7 augustus 2001 voortduurde en dat het ontslag op staande voet onterecht was. Werkweigering wegens arbeidsongeschiktheid vormt geen dringende reden voor ontslag op staande voet. De Groot werd veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, vakantiebijslag en niet genoten vakantiedagen over de periode 7 augustus 2001 tot 15 januari 2002, vermeerderd met wettelijke rente.
De wettelijke verhoging werd gematigd tot nihil vanwege de latere beschikbaarheid van medische informatie. De kosten van beide instanties werden aan De Groot opgelegd. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hoger beroep gegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof verklaart het ontslag op staande voet onterecht en veroordeelt De Groot tot betaling van achterstallig loon en vakantiebijslag.