ECLI:NL:GHSGR:2006:AV5187
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- S.C.H. Koning
- J. Borgesius
- S.K. Welbedacht
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken verplichting administratie vistransacties
De verdachte werd ten laste gelegd dat hij niet voldeed aan de verplichting dagelijks een administratie bij te houden van de overdracht en opslag van vis, zoals voorgeschreven in de Regeling eisen aan administraties van transacties inzake zeevis. Deze regeling geldt echter alleen voor degenen die vis van een aanvoerder betrekken of bemiddelen bij de veiling, op grond van artikel 5 van Pro het Reglement zee- en kustvisserij.
Uit het dossier bleek niet dat de verdachte rechtstreeks vis heeft afgenomen van een aanvoerder of dat hij bemiddelde bij het veilen van vis. Hierdoor rustte op hem niet de verplichting de administratie bij te houden zoals in de dagvaarding gesteld. Het hof oordeelde daarom dat het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend was bewezen.
In eerste aanleg was de verdachte veroordeeld tot een geldboete en hechtenis, met verbeurdverklaring van een hoeveelheid vis. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in. Het hof vernietigde het vonnis en sprak de verdachte vrij, met gelijktijdige teruggave van de handelswaarde van de in beslag genomen vis.
Het arrest werd gewezen door het Gerechtshof 's-Gravenhage op 22 februari 2006 na behandeling van het hoger beroep. De uitspraak bevestigt dat de administratieve verplichtingen niet van toepassing waren op de verdachte gezien zijn rol en de feiten.
Deze zaak benadrukt het belang van een juiste kwalificatie van de toepasselijkheid van regelgeving en de noodzaak van bewijs dat een verdachte daadwerkelijk onder een wettelijke verplichting valt alvorens tot veroordeling over te gaan.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs voor administratieve verplichting.