ECLI:NL:GHSGR:2006:AV5840
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Reinking
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Rechtspraak.nl
Ontzetting uit het ouderlijk gezag wegens ongeschiktheid en onmacht moeder
De moeder was met haar drie minderjarige kinderen onder toezicht gesteld vanwege ernstige zorgen over hun veiligheid en welzijn. Ondanks langdurige hulpverlening en ondertoezichtstellingen, waaronder een spoedmachtiging voor uithuisplaatsing, bleef de moeder onvoldoende in staat haar kinderen adequaat te verzorgen en op te voeden. Na vertrek naar Suriname en terugkeer naar Nederland zonder aanmelding bij hulpverleningsinstanties, bleef de situatie zorgelijk.
De Raad voor de Kinderbescherming en het Leger des Heils stelden dat de moeder de hulpverlening structureel negeerde en de kinderen in onveilige situaties bracht. De rechtbank had de moeder reeds ontheven uit het gezag, een beslissing die het hof in hoger beroep bekrachtigde. De moeder voerde aan dat de ondertoezichtstelling voldoende was en dat zij zich na terugkeer had gemeld bij een hulpverlener, maar dit werd niet aannemelijk geacht.
Het hof oordeelde dat de ondertoezichtstelling onvoldoende was om de dreiging voor de kinderen af te wenden en dat de ontheffing van het gezag noodzakelijk was. Er was een aantoonbaar causaal verband tussen de eerdere ondertoezichtstellingen en de ontheffingsprocedure. De vader was het niet eens met de ontheffing, maar kon zich vinden in ondertoezichtstelling. De beschikking van de rechtbank werd door het hof bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontheffing van het ouderlijk gezag van de moeder wegens onvoldoende pedagogisch vermogen en onmacht.