ECLI:NL:GHSGR:2006:AV7796
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Stille
- Labohm
- Van der Burght
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake teruggeleiding kinderen in kinderontvoeringszaak volgens Haags Kinderontvoeringsverdrag
In deze zaak stond de teruggeleiding van twee kinderen naar Frankrijk centraal, waarbij de moeder bezwaar maakte tegen de teruggeleiding op grond van het Haags Kinderontvoeringsverdrag (HKOV). De moeder vorderde primair een verbod op teruggeleiding tot een arrest van de Hoge Raad, subsidiair tot het verkrijgen van garanties van de vader, en tertiair tot een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn.
Het hof oordeelde dat het HKOV slechts in zeer uitzonderlijke gevallen, zoals bij geestelijke of lichamelijke mishandeling, een grond biedt om teruggeleiding te weigeren. De moeder slaagde er niet in dergelijke omstandigheden aannemelijk te maken. Psychologische onderzoeken, zonder medewerking van de vader, boden geen voldoende grond voor opschorting.
Het hof stelde vast dat de executierechter gebonden is aan het oordeel van de bodemrechter, tenzij sprake is van een juridische of feitelijke misslag of nieuwe feiten die een noodtoestand veroorzaken. Het hof concludeerde dat de vader geen bindende voorwaarden voor teruggeleiding had gesteld in het eerdere arrest en dat teruggeleiding in beginsel mogelijk was.
Daarom vernietigde het hof het bestreden vonnis en bepaalde dat de kinderen uiterlijk op 23 december 2005 naar Frankrijk moesten worden teruggebracht. De moeder werd veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en bepaalt dat de kinderen uiterlijk op 23 december 2005 naar Frankrijk moeten worden teruggebracht.