ECLI:NL:GHSGR:2006:AW2484
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- A.H. de Wild
- A.V. van den Berg
- M. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vergoeding Plavix bij electieve stentplaatsing in geneesmiddelenvergoedingssysteem
De Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVVC) en een cardioloog zijn in hoger beroep gekomen tegen een vonnis dat de weigering van de Minister van Volksgezondheid om Plavix te vergoeden bij electieve stentplaatsing bevestigde. Plavix is een bloedplaatjesaggregatieremmer die volgens de NVVC conform richtlijnen wordt ingezet, maar niet vergoed wordt voor deze indicatie omdat het niet geregistreerd is voor deze toepassing.
Het hof oordeelt dat het niet opnemen van Plavix bij electieve stentplaatsing in het geneesmiddelenvergoedingssysteem niet in strijd is met de professionele standaard van hulpverleners zoals neergelegd in artikel 7:453 BW Pro. De Minister heeft een ruime beslissingsmarge bij het bepalen van vergoedingen op grond van artikel 2.39 van de Regeling zorgverzekering en het Besluit zorgverzekering.
Er bestaat een verschil van mening tussen deskundigen over de therapeutische meerwaarde van Plavix bij deze toepassing. Het hof kan in een kort geding zonder nadere bewijsvoering niet oordelen dat het besluit van de Minister onmiskenbaar onrechtmatig is. De belangenafweging weegt het financiële belang van de Staat en het vereiste van vergoeding alleen voor bewezen effectieve toepassingen zwaarder dan het belang van de cardiologen.
Daarom wordt het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd en worden de appellanten veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de weigering van vergoeding van Plavix bij electieve stentplaatsing niet onrechtmatig is.