ECLI:NL:GHSGR:2006:AW2823
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Gerretsen-Visser
- Reinking
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kinderalimentatie bij nieuwe financieel afhankelijke partner van alimentatieplichtige
In deze zaak stond de hoogte van de kinderalimentatie voor drie minderjarige kinderen centraal na echtscheiding van partijen. De man was in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die hem een alimentatieplicht van €29 per maand per kind oplegde. De vrouw kwam in hoger beroep tegen de omgangsregeling, maar diende geen verweerschrift in.
De man voerde aan dat de rechtbank onjuist was uitgegaan van de bijstandsnorm voor een alleenstaande en een draagkrachtpercentage van 70%, terwijl hij samenwoonde met een partner die financieel volledig van hem afhankelijk was. Hij stelde dat de gezinsnorm en een draagkrachtpercentage van 50% toegepast moesten worden, mede vanwege de kosten van een inburgeringscursus voor zijn partner.
Het hof overwoog dat de man vrij is om samen te wonen met een financieel afhankelijke partner, maar dat dit niet ten koste mag gaan van zijn onderhoudsplicht jegens zijn kinderen. Bij gebrek aan bijzondere omstandigheden werd de draagkracht van de man vastgesteld op basis van de bijstandsnorm voor een alleenstaande met een draagkrachtpercentage van 50%. De kosten van de inburgeringscursus werden niet meegenomen, omdat deze niet voorrang hebben boven de onderhoudsverplichting.
Daarmee werd de alimentatieplicht van de man bevestigd en de bestreden beschikking bekrachtigd.
Uitkomst: De kinderalimentatie van €29 per maand per kind wordt bekrachtigd ondanks de nieuwe financieel afhankelijke partner van de man.