ECLI:NL:GHSGR:2006:AW2827
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Stille
- Van den Wildenberg
- Kleykamp-van der Ben
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onmiddellijke opeisbaarheid legitieme portie onder oud erfrecht
In deze civiele zaak stond de opeisbaarheid van de legitieme portie onder het oude erfrecht centraal. Appellante was het niet eens met het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 4 februari 2004, waarin zij werd veroordeeld tot betaling van legitieme porties aan geïntimeerden. Het geschil betrof de vraag of de legitieme portie onmiddellijk opeisbaar is, ook wanneer sprake is van een omzetting van een natuurlijke verbintenis in een rechtens afdwingbare verbintenis.
Het hof overwoog dat de legitieme portie inderdaad onmiddellijk moet worden uitgekeerd en dat een regeling als bedoeld in artikel 4:1167 oud Pro BW hieraan niets afdoet. Het beroep van appellante op redelijkheid en billijkheid faalde omdat zij dit onvoldoende onderbouwde en omdat de bijzondere omstandigheden van het geval (onder meer een lopende echtscheidingsprocedure die door overlijden werd beëindigd) geen aanleiding gaven tot een afwijkende maatstaf.
Verder wees het hof het beroep op een wetswijziging per 1 januari 2003 af, omdat het nieuwe erfrecht niet van toepassing is op dit geschil. Ook werd het beroep van appellante verworpen dat zij onvoldoende gelegenheid had gehad om stukken in te brengen ter onderbouwing van haar berekening, aangezien zij zelf naliet deze stukken te overleggen.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en compenseerde de kosten van het hoger beroep, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en bevestigt dat de legitieme portie onder het oude erfrecht onmiddellijk opeisbaar is.