ECLI:NL:GHSGR:2006:AW3163
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Tijnagel
- Van Walderveen
- Engel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslag wegens onjuiste verrekening loonbelasting
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2001 een primitieve aanslag opgelegd met een verrekening van loonbelasting. Later bleek dat het ingehouden bedrag lager was dan opgegeven, waarop de inspecteur een navorderingsaanslag oplegde. Belanghebbende maakte bezwaar, dat werd afgewezen, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde belanghebbende dat artikel 16 lid 2 AWR Pro geen grondslag bood voor de navorderingsaanslag en dat de werkwijze van administratieve afhandeling tot onaanvaardbare onzekerheid leidde. Het hof oordeelde dat navordering op grond van artikel 16 lid 2 onderdeel Pro a AWR terecht was, omdat een onjuiste verrekening van loonbelasting was vastgesteld. Het beroep op het zorgvuldigheidsbeginsel faalde omdat de wet de consequenties van fouten in de aanslagregeling uitputtend regelt.
Verder stelde belanghebbende dat de uitspraak op bezwaar door een onbevoegd orgaan was gedaan. Het hof stelde vast dat de uitspraak op bezwaar door een gemandateerde belastingambtenaar namens de inspecteur was gedaan, die bevoegd is op grond van de AWR en de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003. Het hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de navorderingsaanslag en wijst het hoger beroep van belanghebbende af.