ECLI:NL:GHSGR:2006:AW3870
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Schuurman
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek kosten persoonlijke verzorging voor prostituee ondanks gelijkheidsbeginsel
Belanghebbende, werkzaam als prostituee, stelde dat zij recht had op zelfstandigenaftrek en aftrek van kosten persoonlijke verzorging op grond van de Wet inkomstenbelasting 2001. Het geschil betrof of zij voldeed aan het urencriterium van 1225 uur en of zij gelijkgesteld kon worden aan artiesten, presentatoren of beroepssporters voor aftrek van persoonlijke verzorgingskosten.
Het hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij het urencriterium behaalde, mede gelet op de omvang van de gereden kilometers. Hierdoor kwam zij niet in aanmerking voor zelfstandigenaftrek. Verder wees het hof het beroep op het gelijkheidsbeginsel af omdat er een redelijke en objectieve rechtvaardiging bestond voor de ongelijke behandeling van prostituees ten opzichte van artiesten en beroepssporters.
De wetgever had namelijk een privé-element in de kosten van persoonlijke verzorging onderkend, waardoor aftrek daarvan beperkt werd. De uitzondering voor artiesten en sporters was niet nader toegelicht, maar het hof vond dat de wetgever aannemelijk had gemaakt dat bij deze groepen de kosten een voldoende zakelijk karakter hebben. Voor prostituees was dat niet aangetoond en er waren geen feiten die wezen op belangrijke bedragen die ongelijk behandeld werden.
Gelet op deze overwegingen verklaarde het hof het beroep ongegrond en wees de aftrek van kosten persoonlijke verzorging af. Het hof liet in het midden of belanghebbende als ondernemer moest worden aangemerkt. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen weigering van zelfstandigenaftrek en aftrek van kosten persoonlijke verzorging wordt ongegrond verklaard.