ECLI:NL:GHSGR:2006:AX0324
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- B.A. Stoker-Klein
- A.E. Mos-Verstraten
- J.B. de Krom
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte moordzaak Terneuzen wegens onvoldoende bewijs
Het gerechtshof te 's-Gravenhage heeft op 9 mei 2006 in hoger beroep uitspraak gedaan in een strafzaak betreffende moord in Terneuzen. De verdachte werd primair en subsidiair ten laste gelegd van betrokkenheid bij de dood van het slachtoffer, maar het hof oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om tot een veroordeling te komen.
De zaak draaide om het overlijden van het slachtoffer, wiens stoffelijk overschot op 16 mei 2003 werd gevonden in een loods te Terneuzen. Forensisch onderzoek toonde aan dat het slachtoffer op die plaats was overleden door meerdere klappen met een stomp voorwerp op het hoofd. Een medeverdachte deed belastende verklaringen over de verdachte, maar deze werden niet ondersteund door andere bewijsmiddelen zoals DNA of bloedsporen.
De verklaringen van de medeverdachte waren bovendien inconsistent en beïnvloed door zijn gebruik van drugs en alcohol, wat zijn herinneringen onbetrouwbaar maakte. Het hof verwierp ook het verweer van de raadsman dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens vermeend misbruik van bevoegdheid.
Uiteindelijk vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank Middelburg en sprak de verdachte vrij van de tenlasteleggingen onder 1 primair, 1 subsidiair, 3 en 5 wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van moord.