ECLI:NL:GHSGR:2006:AX1060
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- J.M.E. In ’t Velt-Meijer
- A.A. Schuering
- T.L. Tan
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep loonvordering en nietigheid ontslag tijdens arbeidsongeschiktheid
In deze zaak staat een loonvordering centraal waarbij eiser, tevens statutair bestuurder en aandeelhouder van Drecht Graphics & Trading B.V., zich verzet tegen zijn ontslag en de afwijzing van zijn loonvorderingen na 1 november 2005. Het hof bevestigt het vermoeden van een arbeidsovereenkomst op grond van art. 7:610a BW, omdat eiser langdurig tegen een vaste vergoeding arbeid verrichtte en Drecht dit vermoeden niet heeft kunnen weerleggen.
Het ontslag van eiser als bestuurder op 16 augustus 2005 wordt tijdens zijn arbeidsongeschiktheid gegeven en is daarom nietig. Het hof oordeelt dat Drecht verplicht is het loon door te betalen zolang de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is beëindigd. De stellingen van Drecht over een dringende reden voor ontslag en het moment van ziekmelding worden verworpen wegens onvoldoende bewijs.
Het hof vernietigt de eerdere vonnissen voor zover de loonvorderingen na 1 november 2005 zijn afgewezen en wijst deze vorderingen toe, met een wettelijke rente en een beperkte wettelijke verhoging van 10%. Tevens worden de proceskosten aan de zijde van eiser toegewezen. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het ontslag tijdens arbeidsongeschiktheid is nietig verklaard en Drecht is veroordeeld tot doorbetaling van loon met rente en wettelijke verhoging.