ECLI:NL:GHSGR:2006:AX1068
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.A. Schuering
- M.J. van der Ven
- E.E. de Wijkerslooth-Vinke
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst wegens gebrek en huurachterstand na herstel
Partijen sloten in augustus 2003 een huurovereenkomst voor een horecapand met bovenwoning. Kort na aanvang bleek dat de kozijnen zonder bouwvergunning waren vervangen, wat een gebrek vormde dat de verhuurder Scheba moest herstellen. Huurder schortte de huurbetalingen op wegens dit gebrek.
De rechtbank ontbond de huurovereenkomst en veroordeelde huurder tot ontruiming en betaling van schadevergoeding. Huurder ging in hoger beroep en stelde dat de opschorting van de gehele huur gerechtvaardigd was vanwege het gebrek, inclusief de bovenwoning. Het hof oordeelde dat het gebrek aan het gehuurde de verhuurder toe te rekenen was en dat huurder gerechtigd was de huur op te schorten tot herstel.
Omdat Scheba het gebrek pas op 4 mei 2005 herstelde, was huurder vanaf die datum gehouden de volledige huur te betalen. De huurachterstand na die datum vormde een tekortkoming die ontbinding rechtvaardigde. Het hof vernietigde het vonnis in conventie van de rechtbank, sprak alsnog ontbinding uit, veroordeelde huurder tot ontruiming binnen zes weken en tot betaling van achterstallige huur en schadevergoeding. Scheba werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof ontbindt de huurovereenkomst, veroordeelt huurder tot ontruiming binnen zes weken en tot betaling van achterstallige huur en schadevergoeding.