ECLI:NL:GHSGR:2006:AX7363
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Reinking
- van Leuven
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging voornaamswijziging op grond van zwaarwichtige persoonlijke gronden
In deze zaak staat de voornaamswijziging van een minderjarig kind centraal. De moeder heeft een verzoek ingediend tot wijziging van de voornaam van haar kind, gebaseerd op haar recente bekering tot het christelijk geloof en de negatieve associaties die zij en het kind ervaren met de oorspronkelijke naam. De vader is tegen dit verzoek en betoogt dat er geen zwaarwichtige redenen zijn voor de wijziging, mede omdat het kind de eerste vier jaar onder de oorspronkelijke naam heeft geleefd en geen voorkeur voor een andere naam heeft uitgesproken.
De moeder stelt dat zij en het kind hinder ondervinden van de huidige naam en dat het kind zelf de nieuwe naam heeft gekozen. Zij heeft de naam al in gebruik en dit is ook aan instanties doorgegeven. De advocaat-generaal adviseert het hof om het hoger beroep van de vader ongegrond te verklaren en de beschikking van de rechtbank te bekrachtigen.
Het hof oordeelt dat de door de moeder aangevoerde gronden zwaarwichtig genoeg zijn om de voornaamswijziging toe te staan. Het belang van het rechtsverkeer bij naamsconsistentie weegt in dit geval niet zwaarder dan het persoonlijke belang van moeder en kind. De nieuwe voornaam is niet ongepast en er is geen sprake van een bestaande geslachtsnaam. Het verzoek van de vader om de moeder in de proceskosten te veroordelen wordt afgewezen gezien de relatie tussen partijen en het ongelijk van de vader.
De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd en het hoger beroep van de vader wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot voornaamswijziging en wijst het hoger beroep van de vader af.