ECLI:NL:GHSGR:2006:AX7363

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
29 maart 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
987-R-05
Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Reinking
  • van Leuven
  • Fockema Andreae-Hartsuiker
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:4 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging voornaamswijziging op grond van zwaarwichtige persoonlijke gronden

In deze zaak staat de voornaamswijziging van een minderjarig kind centraal. De moeder heeft een verzoek ingediend tot wijziging van de voornaam van haar kind, gebaseerd op haar recente bekering tot het christelijk geloof en de negatieve associaties die zij en het kind ervaren met de oorspronkelijke naam. De vader is tegen dit verzoek en betoogt dat er geen zwaarwichtige redenen zijn voor de wijziging, mede omdat het kind de eerste vier jaar onder de oorspronkelijke naam heeft geleefd en geen voorkeur voor een andere naam heeft uitgesproken.

De moeder stelt dat zij en het kind hinder ondervinden van de huidige naam en dat het kind zelf de nieuwe naam heeft gekozen. Zij heeft de naam al in gebruik en dit is ook aan instanties doorgegeven. De advocaat-generaal adviseert het hof om het hoger beroep van de vader ongegrond te verklaren en de beschikking van de rechtbank te bekrachtigen.

Het hof oordeelt dat de door de moeder aangevoerde gronden zwaarwichtig genoeg zijn om de voornaamswijziging toe te staan. Het belang van het rechtsverkeer bij naamsconsistentie weegt in dit geval niet zwaarder dan het persoonlijke belang van moeder en kind. De nieuwe voornaam is niet ongepast en er is geen sprake van een bestaande geslachtsnaam. Het verzoek van de vader om de moeder in de proceskosten te veroordelen wordt afgewezen gezien de relatie tussen partijen en het ongelijk van de vader.

De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd en het hoger beroep van de vader wordt afgewezen.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot voornaamswijziging en wijst het hoger beroep van de vader af.

Uitspraak

Uitspraak : 29 maart 2006
Rekestnummer : 987-R-05
Rekestnr. rechtbank : F2 RK 04-2957
GERECHTSHOF TE 'S-GRAVENHAGE
FAMILIEKAMER
B e s c h i k k i n g
in de zaak van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de vader,
procureur mr. E.A. Kazzaz-de Hoog,
tegen
[verweerster] ,
wonende te [woonplaats] ,
verweerster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
procureur mr. M.H. Samama.
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
De vader is op 23 augustus 2005 in hoger beroep gekomen van een beschikking van de rechtbank te Rotterdam van 23 mei 2005.
De moeder heeft op 30 januari 2006 een verweerschrift ingediend.
Van de zijde van de vader zijn bij het hof op 25 oktober 2005 aanvullende stukken ingekomen.
Het openbaar ministerie heeft bij fax van 16 februari 2006 een conclusie en bij fax van 21 februari 2006 een aanvulling daarop aan het hof doen toekomen.
Op 22 februari 2006 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de vader, bijgestaan door zijn procureur, de moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. H. Gase, en voor het openbaar ministerie advocaat-generaal mr. J.P. Wittop Koning. De aanwezigen hebben ter terechtzitting het woord gevoerd.
VASTSTAANDE FEITEN EN HET PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG
Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.
Tegen de vaststelling van de feiten door de rechtbank is geen grief gericht, zodat ook het hof van die feiten uitgaat.
BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
1. In geschil is de voornaamswijziging van [kind] , geboren op [geboortedatum, 2000] .
2. De vader verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, het inleidend verzoek van de moeder af te wijzen, met veroordeling van de moeder in de kosten van de procedures. De moeder bestrijdt zijn beroep.
3. De vader stelt het volgende. Er bestaan geen zwaarwichtige redenen om de voornaam van [kind] te wijzigen. Het door de moeder aangevoerde bezwaar tegen de voornaam, te weten de gewijzigde associaties van de moeder onder invloed van haar recente geloofswijziging, vormt geen dringende reden om een dergelijke ingrijpende wijziging in de identiteit van het kind door te voeren. De ouders hebben destijds voor de naam gekozen uit dankbaarheid en erkenning van het wonder der geboorte. Dat de naam nu gekoppeld zou worden aan occultisme en afgoderij, zoals de moeder stelt, en dat de moeder erg gelovig zou zijn, betwijfelt de vader. Bovendien moet uiterst zorgvuldig worden omgegaan met de identiteit van [kind] , waarvan de door haar ouders gekozen naam deel uitmaakt. [kind] heeft de eerste vier jaar van haar leven [kind] geheten en het is niet in haar belang nu ineens [X] genoemd te worden. [kind] heeft zelf, zo stelt de vader, geen problemen met haar voornaam en zij is nog te jong om de voorkeur te geven aan een bepaalde naam.
4. De moeder stelt het volgende. Sinds het tijdstip waarop zij zich heeft bekeerd tot het christelijk geloof, is de moeder zich in toenemende mate de betekenis van voornamen gaan realiseren. De naam [kind] ervaart zij als negatief en zij heeft ondervonden dat de omgeving ook niet altijd onverdeeld positief reageert op de naam. De moeder en [kind] moeten de naam vaak uitleggen en hebben als zodanig last van de naam. De moeder noemt [kind] al enige tijd [X] en heeft alle instanties inmiddels daarvan op de hoogte gesteld. Van de bestreden beschikking is zelfs al een latere vermelding aan de akte van geboorte toegevoegd. [kind] heeft de naamsverandering op prijs gesteld en is erg gehecht aan de naam [X] . Zij vindt het verwarrend dat de vader haar nog steeds [kind] noemt. [kind] heeft de naam [X] zelf gekozen. De naamswijziging is voor de moeder en [kind] van groot persoonlijk belang. Met de wijziging wordt geen gewichtig maatschappelijk belang geschaad en [kind] zal in het economisch, maatschappelijk en het rechtsverkeer geen hinder van de naam [X] ondervinden. De vader heeft geen enkel belang bij handhaving van de oude naam.
5. De advocaat-generaal concludeert tot vernietiging van de bestreden beschikking en afwijzing van het inleidend verzoek.
6. Het hof is van oordeel dat de door de moeder aangevoerde gronden voor voornaamswijziging voldoende zwaarwichtig zijn om haar verzoek toe te wijzen. Het belang dat het rechtsverkeer heeft bij een zo hoog mogelijke mate van naamsconsistentie weegt hier niet tegen op. De door de moeder gewenste voornamen zijn bovendien niet ongepast in de zin van artikel 1:4 van Pro het Burgerlijk Wetboek en stemmen evenmin overeen met een bestaande geslachtsnaam. De bestreden beschikking dient derhalve te worden bekrachtigd.
7. Het door de vader gedane verzoek de moeder te veroordelen in de kosten van de procedure, wijst het hof af, nu de vader de in het ongelijk gestelde partij is en partijen bovendien ex-partners zijn.
8. Dit leidt tot de volgende beslissing.
BESLISSING OP HET HOGER BEROEP
Het hof:
bekrachtigt de bestreden beschikking;
wijst het in hoger beroep meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Reinking, van Leuven en Fockema Andreae-Hartsuiker, bijge-staan door mr. Janssen als griffier en uit-gespro-ken ter openba-re terechtzit-ting van 29 maart 2006.