ECLI:NL:GHSGR:2006:AX7366

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
7 juni 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
184-H-05
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Tanja Labohm
  • Van Leuven
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 195 derde zin RvArt. 199 lid 3 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming forensisch mediator en kostenverdeling in familierechtelijke procedure

In een hoger beroepsprocedure binnen het familierecht heeft het Gerechtshof 's-Gravenhage op 7 juni 2006 een forensisch mediator benoemd. De moeder, die procedeert op basis van gefinancierde rechtsbijstand (toevoeging), kon haar aandeel in de kosten van het deskundigenonderzoek niet voldoen. Het hof besloot daarom dat het deel van de kosten dat voor rekening van de moeder komt, ten laste van ’s Rijks kas wordt gebracht.

De zaak was aangehouden tot een pro forma zitting op 30 september 2006. De deskundige, mevrouw drs. J.A.M. Hendriks, werd opgedragen te rapporteren over het verloop en de resultaten van het onderzoek zoals eerder bepaald in de beschikking van 9 november 2005. De vader had zijn deel van de kosten reeds voldaan.

Het hof hield verdere beslissingen aan en bepaalde dat de kostenverdeling conform de wettelijke bepalingen (artikel 195 derde Pro zin en artikel 199 lid 3 Rv Pro) plaatsvindt, waarbij de financiële last van de moeder wordt gecompenseerd door de staat.

Uitkomst: De kosten van de moeder voor het deskundigenonderzoek worden ten laste van ’s Rijks kas gebracht.

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-GRAVENHAGE
Familiesector
Uitspraak : 7 juni 2006
Rekestnummer. : 184-H-05
Rekestnr. rechtbank : 04-4382
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
procureur mr. A.H. van Haga,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
verweerder in hoger beroep,
hierna te noemen: de vader.
Als belanghebbende is aangemerkt:
de raad voor de kinderbescherming,
vestiging ‘s-Gravenhage,
hierna te noemen: de raad.
HET VERDERE PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
Het hof verwijst voor het verloop van het geding naar zijn tussenbeschikking van 9 november 2005, waarvan de inhoud hier als herhaald en ingelast moet worden beschouwd. Bij die beschikking heeft het hof onder meer de behandeling van de zaak aangehouden tot zaterdag 25 april 2006 pro forma, ter fine als vermeld onder rechtsoverweging 9 en 10. Het hof heeft tot deskundige benoemd mevrouw drs. J.A.M. Hendriks, en daarbij bepaald dat ieder der ouders de helft van het bedrag van € 3.500,- , zijnde het begrote voorschot op de kosten van het deskundigenonderzoek, dient te voldoen.
Bij brief van 20 april 2006 heeft de advocaat van de vader, mr. P.J.A. Prinsen, het hof onder meer bericht dat de vader zijn gedeelte van de kosten van het deskundigenonderzoek heeft betaald, doch dat de moeder heeft nagelaten haar aandeel te storten.
Bij brief van 27 april 2006 heeft de griffier van dit hof de moeder in de gelegenheid gesteld op voornoemde brief van de vader te reageren.
Bij brief van 10 mei 2006 heeft de procureur van de moeder het hof onder meer verzocht een forensisch bemiddelaar te benoemen op basis van gefinancierde rechtsbijstand. Bij voornoemde brief zijn brieven van de moeder gevoegd, waarin zij uitlegt waarom zij haar deel de mediation niet kan betalen.
VERDERE BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
1. Nu vast is komen te staan dat de moeder, die procedeert op basis van een toevoeging, haar deel van de kosten van het deskundigenbericht niet zelf kan dragen zal het hof haar overeenkomstig het bepaalde in artikel 195 derde Pro zin, Rv geen voorschot opleggen en, overeenkomstig artikel 199 lid 3 Rv Pro, het deel van de kosten van de deskundige dat voor rekening van de moeder komt, ten laste van ’s Rijks kas brengen.
2. De deskundige dient het hof te rapporteren over het verloop en de resultaten van het onderzoek, zoals in de beschikking van 9 november 2005 onder rechtsoverweging 9 en 10 is vermeld.
BESLISSING
Het hof:
houdt de behandeling aan tot de zitting van 30 september 2006 pro forma;
bepaalt dat de kosten van de deskundige voor wat betreft het deel van de moeder ten laste komen van ’s Rijks kas;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Tanja, Labohm en Van Leuven, bijgestaan door Muller-Rietveld als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juni 2006 .