ECLI:NL:GHSGR:2006:AX8676
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- C.G.M. van Rijnberk
- W.P.C.M. Bruinsma
- E. Bos
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor bezit verboden pitbull-achtige hond en bedreiging met mes
De verdachte had sinds de zomer van 2004 een hond van het type pitbull-terriër in bezit, zonder identificatiechip of tatoeagemerk, wat in strijd is met artikel 73, tweede lid van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Ondanks het verweer dat de verdachte niet wist dat het een pitbull-achtige hond betrof en dat de hond nooit agressief was geweest, oordeelde het hof dat de verdachte had moeten onderzoeken of het bezit was toegestaan. Daarnaast bedreigde de verdachte tijdens een ruzie het slachtoffer met een mes, wat leidde tot een vechtpartij.
Het hof verwierp het verweer van afwezigheid van alle schuld en achtte de verdachte strafbaar voor het bezit van de verboden hond en de bedreiging. De strafmotivering benadrukte het gevaar van pitbull-achtige honden en het belang van adequate bestrijding van het ongecontroleerd bezit hiervan. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken, geheel voorwaardelijk opgelegd, en een geldboete van 150 euro.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht, waarbij het bewezenverklaarde werd vastgesteld en de verdachte strafbaar werd verklaard. De gevangenisstraf zal niet worden uitgevoerd tenzij de verdachte binnen twee jaar opnieuw een strafbaar feit pleegt.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken en een geldboete van 150 euro wegens het bezit van een verboden pitbull-achtige hond en bedreiging met een mes.