ECLI:NL:GHSGR:2006:AX8681
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- C.G.M. van Rijnberk
- W.P.C.M. Bruinsma
- E. Bos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep bolletjesslikker: geen schending gelijkheidsbeginsel, gevangenisstraf 76 dagen
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het smokkelen van 662 gram cocaïne vanuit Curaçao naar Nederland. De raadsman van de verdachte stelde primair dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens schending van het gelijkheidsbeginsel, omdat een destijds geldende tijdelijke noodmaatregel op Schiphol first offenders met minder dan drie kilogram drugs zou laten gaan. Het hof verwierp dit verweer omdat de maatregel slechts gold voor verdachten die op Schiphol waren aangehouden en berecht, en niet voor elders aangehouden verdachten zoals de verdachte.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte opzettelijk handelde in strijd met artikel 2 van Pro de Opiumwet. De verdachte werd ingezet als drugskoerier vanwege schulden en zou ongeveer 3000 Engelse ponden ontvangen. Het hof hield rekening met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het werd gepleegd en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn jeugdige leeftijd en het feit dat hij in Engeland woont en niet eerder met justitie in aanraking was geweest.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank Rotterdam en veroordeelde de verdachte tot een gevangenisstraf van 76 dagen, met aftrek van voorarrest. De straf werd als passend en geboden beschouwd gezien de persoonlijke omstandigheden en de ernst van het feit. De verdachte werd vrijgesproken van hetgeen meer of anders ten laste was gelegd.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot 76 dagen gevangenisstraf met aftrek van voorarrest.